Nieuwsarchief

07 september 2009 - "Groeten uit Utrecht ..."
01 september 2009 - Korte film over de IVN
21 augustus 2009 - Ezelsbruggen
20 augustus 2009 - Aanpassing statuten IVN


Vijf vragen aan... Barbara Kalla

22 december 2011 - door IVN

Vraag 1: Geef eens een korte beschrijving van je instituut of afdeling (hoeveel studenten, hoeveel afgestudeerden per jaar, is je instituut een docentschap, bijvak of hoofdvak, hoe breed is het repertoire (taalverwerving, literatuur, taalkunde, cultuur, vertaalkunde, ...)?

De Erasmus Leerstoel in Wrocław is een zelfstandige universitaire eenheid met zeventien vaste medewerkers, negen promovendi en dit jaar 212 studenten (hoofdvakstudenten, BA- en MA-opleiding). Jaarlijks studeren in Wrocław 40-60 BA-studenten en 20-30 MA-studenten af. De vakgroep vierde in 2010 haar 50-jarig jubileum. Alles is begonnen met een lectoraat, aangeboden door prof. Norbert Morciniec, de vader van de Poolse neerlandistiek. Daarna werd het bijvak bij de studie Duits en sinds 1992 is neerlandistiek een hoofdvakstudie geworden onder leiding van prof. Stanisław Prędota. In 1995 nam prof. Stefan Kiedroń het roer over en sinds drie jaar is dr. Bolesław Rajman het hoofd van de vakgroep.

Naast taalverwerving Nederlands en Afrikaans worden taalwetenschap, oudere en moderne letterkunde en kennis over de cultuur van de Nederlandstalige gebieden en Zuid-Afrika gedoceerd. Er wordt eveneens wetenschappelijk onderzoek naar verricht. Daarnaast bieden we samen met andere vijf universiteiten uit de regio Midden-Europa de unieke specialisatie DCC (Dutch Language, Literature and Culture in a Central European Context) aan waarvoor jaarlijks vijf gemotiveerde BA-studenten kunnen kiezen.

Onze afdelingsbibliotheek is met ca. 11.000 boeken de grootste Nederlandse bibliotheek in Polen. Daarnaast heeft Wrocław een rijke (ca. 16.000 boeken) verzameling oude drukken. Pools (Silezisch)-Nederlandse betrekkingen door de eeuwen heen leidden ertoe dat er in Wrocław in vroeger eeuwen uiterst zeldzame boeken terechtkwamen die in de afdeling Oude Drukken van de Universiteitsbibliotheek worden bewaard en onderzocht. Het poëticale pronkstuk in de Wrocławse collectie is bijvoorbeeld de unieke uitgave van de eerste gedichten van Jan van der Noot: Verscheiden Poetixe Werken (Keulen 1572) – eeuwenlang in de Lage Landen gezocht, in de late twintigste eeuw in Wrocław gevonden. Deze collectie stimuleert natuurlijk het onderzoek naar oudere letterkunde, maar we proberen het evenwicht te behouden en we schenken eveneens veel aandacht aan de moderne cultuur. Dat doen we niet alleen in het kader van het curriculum, maar ook in de praktijk: binnen de Erasmus Leerstoel bestaat het Centrum voor Cultuur van de Lage Landen. Het CCLL organiseert culturele evenementen en geeft informatie over de Lage Landen.

De Erasmus Leerstoel is in 2011 voor de tweede keer officieel geaccrediteerd. Al voor de tweede keer werd het eenaccreditatie met onderscheiding. Daar zijn we bijzonder trots op!

Vraag 2: Waarom ben je zelf ooit Nederlands gaan studeren? En waarom kiezen studenten in Wrocław er nu voor om Nederlands te leren?

Ik studeerde Duits als hoofdvak en ben later met het Nederlands begonnen omdat het in mijn ogen een meerwaarde zou kunnen geven aan mijn studie. Dat was ook zo. Daarnaast bleek de studie Nederlands veel leuker en vrijer dan de studie Duits. Bovendien hadden we meer contact met elkaar en met de docenten. De vriendelijke sfeer van toen wij zelf student waren (op twee collega’s na zijn we allemaal, ooit, in Wrocław afgestudeerd) proberen we ook nu te handhaven.

Vandaag kiezen de studenten Nederlands omdat ze ‘iets anders’ willen, iets wat hen ‘exotisch’ lijkt en niet saai is om drie of vijf jaar lang te doen. Een extra taal leren betekent voor hen ook een betere kans op de arbeidsmarkt. Bovendien is het leuk om juist in zo’n bruisende studentenstad als Wrocław Nederlands te studeren; dat speelt natuurlijk ook een rol. Daar geven onze studenten vaak blijk van en het is eveneens een mond-tot-mondreclame. De uitwisselingsprogramma’s zijn ook van invloed. Tegenwoordig kunnen studenten veel eenvoudiger dan vroeger een semester lang in het buitenland studeren. Onze vakgroep heeft ERASMUS-contracten met meer dan twintig verschillende universiteiten, in Nederland en Vlaanderen, maar ook in Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Oostenrijk enz. Universiteit Wrocław maakt deel uit van het CEEPUS-netwerk. Kortom, bijna overal waar je in Europa Nederlands kunt studeren, kunnen onze studenten terecht. In de praktijk betekent het dat elke student die dat graag wil, met uitwisseling kan gaan. Maar ook de thuisblijvers klagen niet. De meest geëngageerde studenten zijn actief in de Wetenschappelijke Kring Studenten Neerlandistiek. Gemiddeld twee maal in het semester worden gastlezingen aangeboden door buitenlandse docenten. Vorig jaar vond in Wrocław het succesvolle Vertaalatelier op Locatie plaats, met Anne Provoost en haar twee Poolse vertalers. Vrijwel elke maand organiseert ons Centrum voor Cultuur van de Lage Landen, samen met de studenten, ook iets wat buiten de colleges valt, bijvoorbeeld ontmoetingen met Nederlandse en Vlaamse schrijvers, acteurs en regisseurs. Kristien Hemmerechts, Tessa de Loo, Arnon Grunberg, Anne Provoost, Joseph Pearce, Annelies Verbeke, Tom Lanoye en Guy Cassiers zijn de laatste jaren bij ons te gast geweest. Behalve deze ontmoetingen zijn er studiereizen, filmavonden, het Groot Dictee, de viering van Koninginnedag en van Sinterklaas. Studenten van de Wetenschappelijke Kring organiseren zelf het merendeel van deze projecten.

Vraag 3: Houd je je ook bezig met onderzoek in de neerlandistiek? Waar doe je onderzoek naar? En waarom doe je juist onderzoek naar dit onderwerp? (Of: Als je een half jaar vrij kreeg om je alleen maar met onderzoek bezig te houden, hoe zou je die tijd dan besteden?)

Ik doe vooral tekstgericht onderzoek op het gebied van de moderne letterkunde. In de literatuur vind ik met name geconcentreerd taalgebruik fascinerend en daarom gaat mijn aandacht naar korte vormen als gedichten en verhalen. Momenteel onderzoek ik metafoorconcepten in de moderne poëzie. Enkele jaren geleden raakte ik in de ban van jeugdliteratuur. Wat je niet allemaal met kinder- en jeugdliteratuur kunt doen in de buitenlandse collegecontext! Het is eveneens een heel dankbaar onderzoeksobject. En het doet deugd om kinderboeken te (her)lezen. Mijn laatste ‘ontdekkingen’ zijn De aard van het beestje (2000), een bloemlezing uit kindergedichten van Hans Andreus en Allemaal willen we de hemel (2009) van Els Beerten.

Vraag 4: De internationale neerlandistiek is altijd in beweging. Wat zie jij als een goede ontwikkeling in de afgelopen jaren? En welke nieuwe ontwikkelingen zou je graag willen zien?

De grens tussen de extra- en intramurale neerlandistiek wordt steeds vager. Sinds kort heten we allemaal internationale neerlandistiek. De ex-extramurale neerlandistiek, mits bestaand uit docenten en onderzoekers die vooral niet-moedertaalsprekers Nederlands waren, heeft echter altijd al internationaal en comparatief zowel willen als moeten werken. Met onze Poolse, Tsjechische, Hongaarse, Slowaakse enz. achtergrond was en is het vanzelfsprekend. De laatste veranderingen, vooral internationalisering, hebben zich dus intenser in Nederland en Vlaanderen voltrokken, vind ik. Het verheugt me dat collega’s met Nederlandse en Vlaamse achtergrond steeds meer internationaal georiënteerd zijn. We hebben elkaar nodig en dat die bewustheid nu aan beide kanten aanwezig is, zie ik als een goede ontwikkeling die als vanzelf nieuwe ontwikkelingen zal genereren. Het recente project ‘Beatrijs internationaal’
(http://www.middelnederlands.be/beatrijsinternationaal/index.html) is daar een mooi voorbeeld van.

Vraag 5: En ten slotte, heb je nog een tip voor collega's in het buitenland? Kun je bijvoorbeeld bepaalde boeken, films of websites aanraden?

Twee kinder/jeugdboeken heb ik al genoemd, maar er zijn nog zoveel andere leuke boeken! Ik ben net aan De hemel van Heivisj (2011) van Benny Lindelauf begonnen en vind het boek nu al aan te bevelen. Misschien deze twee films toch nog, beide van totaal andere aard:

Aanrijding in Moscou (2008, Christophe van Rompaey), vanwege het Gents en het motto: ‘blijf kalm en word vooral niet boos’
(http://www.youtube.com/watch?v=fwWNgde39I8)

en The Mill and the Cross (2011) van de Poolse regisseur Lech Majewski (http://www.youtube.com/watch?v=qzbbYinuTWc), een ‘verfilming’ van De kruisdraging (1564) van Breughel.  





Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst. Log in om een reactie te plaatsen